Vaccineren en titeren
Wij hanteren een ander vaccinatiebeleid dan het reguliere. Graag leggen we aan u uit wat dit betekent.
De eerste moedermelk is van levensbelang voor de pups. Deze "biest" bevat hoge concentraties antistoffen die de pasgeborene beschermen tegen belangrijke ziektes als hondenziekte, Parvo en hepatitis. Dit noemen we maternale immuniteit. Deze beschermt de pup tijdelijk en verdwijnt geleidelijk. Toch kan dit wel tot 20 weken (of langer) in het bloed blijven.
ZOLANG DEZE ANTISTOFFEN IN HET BLOED ZITTEN ZIJN DE PUPS BESCHERMD, MAAR SLAAT EEN VACCINATIE NIET AAN!
Omdat we niet weten wanneer deze antilichamen verdwenen zijn en een vaccinatie dus zal aanslaan of niet worden pups standaard met 6, 9 en 12 weken geënt. Van deze drie hopen we dan dat er eentje zal aanslaan.
Er bestaat ook een test waarbij we kunnen zien of de pup nog antistoffen in het lichaam heeft en dus al of niet gevaccineerd moet worden. Nu kunnen we gericht enten, want meten is weten. Op deze manier krijgt de pup niet alleen een onnodige (drie) dubbele hoeveelheid levende entstoffen in zijn jonge lichaampje, maar belangrijker nog: De kans dat een vaccinatie zal aanslaan is zo goed als zeker als de pup geen maternale afweerstoffen meer heeft. Het is verstandig om na vier weken na de enting een zg. controle titer te doen, zodat je ook ECHT zeker weet dat de enting is aangeslagen. Het eerste jaar kunnen de antistoffen nog wel wijzigen, dus na een titerbepaling op 1-jarige leeftijd kan aan de hand van de hoeveelheid antistoffen een datum bepaald worden waarop opnieuw getiterd moet worden. Bij goede uitslagen kan de hond voor jaren worden afgetekend!
Ik laat al mijn honden titeren. Isa en Ivy uit hetzelfde nest hebben steeds andere uitslagen. Ivy heeft alleen haar puppy entingen gehad en haar heb ik daarna nooit meer hoeven vaccineren. Isa daarentegen heeft om de drie jaar haar vaccinaties gehad.
Voor het geld hoef je niet te titeren, dit is duurder dan "gewoon" vaccineren. Ik vind het echter belangrijk zeker te weten dat mijn honden daadwerkelijk beschermd zijn. Belangrijk: Titeren kan alleen voor bovengenoemde ziekten, dus niet voor de Ziekte van Weil!
Ziekte van Weil:
De ziekte van Weil, ook wel leptospirose genoemd, is een bacteriële infectie. Er zijn honderden typen leptospirose bekend, maar in Nederland en West Europa zijn er vier voorname varianten. De bacterie komt binnen via de (beschadigde) huid en slijmvliezen (zoals mond, ogen). Vanuit daar gaat de bacterie via het bloed naar de nieren. De inenting tegen de ziekte van Weil is alleen tegen deze vier meest voorkomende varianten (L4) en hier ontstaat dan meteen de discussie; Wel of niet inenten?
Een besmetting kan leiden tot lever- en nierschade. Er is vaak sprake van koorts, apathie, braken en geelzucht. Sommige dieren ontwikkelen ook een zeer milde vorm, waarbij vrijwel geen symptomen voorkomen of waarbij die zich zeer langzaam ontwikkelen.
Besmetting van honden vindt meestal plaats via zwemmen in oppervlaktewater. Maar dit hoeft niet! Soms is het besnuffelen van een vochtige bodem/modder al voldoende. De bacterie kan ook worden overgedragen door het likken aan elkaars geslachtsdelen of door het oplikken van urine van andere (besmette) honden.
Knaagdieren zoals ratten en muizen dragen de bacterie bij zich, maar worden zelf niet ziek. Via hun urine komt de bacterie in het oppervlaktewater terecht. Ook besmette dieren, die zelf nog niet ziek zijn, kunnen via hun urine de omgeving besmetten (grasvelden, uitlaatplaatsen).
De ziekte van Weil is overdraagbaar voor de mens. Besmetting gebeurt meestal via direct of indirect contact met urine van besmette dieren. Meestal is er sprake van griepachtige verschijnselen, maar ook ernstigere klachten zijn mogelijk, met soms zelfs dodelijke gevolgen.
Best een heftig verhaal dus. Dierenartsen zullen altijd adviseren de hond te laten enten tegen ziekte van Weil, omdat deze een ernstig gevolg kan hebben, zeker voor jonge honden. Deze vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald.
Persoonlijk ent ik NIET tegen deze ziekte, ik heb teveel negatieve berichten gelezen over deze enting die zeer ernstige danwel dodelijke gevolgen kan hebben. Dit is uiteraard voor iedereen een persoonlijke keuze.
Daarnaast is de kans op besmetting in Nederland relatief klein, zijn er al die andere vormen van leptospirose die niet in deze enting zitten en is deze ziekte goed te behandelen. Zodra de hond verschijnselen krijgt (en ik ken mijn honden en merk het snel genoeg als er iets mis zou zijn) kan deze worden behandeld met antibiotica.
Jaarlijks krijgen ongeveer 30 mensen de ziekte van Weil, de kans hierop is dus zeer klein.